Categorieën
Moestuin Uitgelicht

Een slak in de etalage

Enige seizoenen geleden was er een slakkenplaag in de moestuin. Ik moest alle bekende technieken inzetten om de slakkenpopulatie in toom te houden.

Vallen gevuld met bier, ecologische slakkenkorrels – die niet schadelijk zijn voor andere dieren – slakken rapen en afvoeren; niets hielp voldoende om het aantal slakken terug te dringen.

Maar om je vijand te verslaan moet je eerst heel veel over hem weten. Kennis over het gedrag van de vijand is belangrijk. Maar op internet is niet zo veel te vinden. Tenminste niet veel meer dan ik al wist.

Ik was dan ook heel bij toen ik hem zag liggen in de etalage van een tweedehandsboekhandel: Elseviers slakkengids. Daar lag hij zomaar, op een zacht fluwelen ondergrond. Een beetje verbleekt door de zon, dat wel.

De eigenaar van het antiquariaat was heel behulpzaam. Ja, de slakkengids was echt een uniek boekwerkje in de serie van Elseviergidsen. De kattengids liep goed, evenals de vlindergids en de vogelgids. Maar de slakkengids, die was echt voor liefhebbers. Hij had ook maar één exemplaar op voorraad. Er was moeilijk aan te komen. Sinds 1980 nooit herdrukt, kleine oplage. Bijzonder.

Hier had ik natuurlijk al nattigheid moeten voelen, maar de boekhandelaar was uiterst vriendelijk. Hij wilde de gids wel uit de etalage halen. Daar ging hij, met een trapje op weg naar de vitrine. Toen viel het me pas op.

Hij liep mank. Hij sleepte met zijn linkerbeen. En de etalage was niet gemakkelijk bereikbaar. Als je van buiten naar binnen keek, zag je een achterwand. Deze moest eerst zorgvuldig gedemonteerd worden voordat de gehandicapte winkeleigenaar de etalage kon bestijgen.

Om hem niet na te staren dwaalde ik maar wat rond in de zaak en vond een stapeltje boeken over groenten met mooie platen erin. Niet duur geprijsd ook: 2,95 euro.

Met een slakkengang kroop de boekenman uit de etalage met de begeerde gids. In de tussentijd was het eigenlijk al een beetje míjn gids geworden. Ik nam hem dankbaar in ontvangst. Het is een kloek boek van 310 pagina’s met heel kleine lettertjes maar gelukkig met meer dan 1000 plaatjes. Heel kleine plaatjes. Jammer. Eigenlijk héél veel tekst en heel weinig plaatjes.

Bij de kassa kreeg ik een schok te verwerken. Het boek koste 25 euro. VIJFENTWINTIG EURO! Hoe moest ik hier mee omgaan? Tegen de mankepoot zeggen dat ik het boek niet wilde? Zodat hij met zijn laddertje weer de vitrine in moest? Na al die moeite en ons heerlijke gesprek? Moest ik dan ondankbaar onze prachtig opgebouwde klantrelatie verbreken? Nee!

Ik kon me natuurlijk ook gedragen als een man van de wereld, geld speelt geen rol. Achteloos de beurs trekken en erbij zeggen: ‘goh, dat valt mee voor zo’n uniek exemplaar’. Moeilijk. Moeilijk.

Daarom besloot ik heel snel om het groenteboekje erbij te kopen. Dan had ik twee boeken voor 28 euro, dus dat was dan eigenlijk 14 euro per stuk, toch? Dan viel het toch wel mee?

Met twee boeken in een tasje stapte ik de winkel uit. Ik keek nog even in de etalage. Er was een lege plek. Dat kon je duidelijk zien want de fluwelen ondergrond was verschoten. Je kon aan het enorme kleurverschil goed zien waar mijn gidsje met z’n verbleekte omslag een paar jaar lang had gelegen. Ineens ging er toch wat glans af van mijn felbegeerde, duur betaalde unieke verzamelobject.

Thuis werd mijn koopgedrag nog even fijntjes geëvalueerd. Of ik gek geworden was, wat een miskoop. Er werd spottend gevraagd of ik dat echt allemaal ging lezen, die kleine lettertjes. Ik voelde me steeds meer een sukkel, want ik wist ook wel dat ik dat niet zou doen. Ik zette mijn miskoop in het treurige hoekje van de boekenkast. Soms kijk er even naar: de rug begint al aardig te verkleuren.

PS: Naar aanleiding van deze column heb ik toch even opgezocht hoe dat nou zit met dat gidsje. Hij is op internet te koop! Het boekwerk wordt aangeboden voor 35 euro. Ha! Een tientje winst. Kopen?

Categorieën
Moestuin Uitgelicht

Oude mannen en jonge vrouwen

Sinds enige jaren zijn de volkstuinen ontdekt door de moderne jonge vrouw, vaak vergezeld door haar (kleine) kinderen. Voorheen was de volkstuin het domein van vitale vutters en gepensioneerde mannen.

Maar nu is moestuinieren een hype. Deze is misschien ontstaan onder invloed van diverse kookprogramma’s op tv; televisiekoks steken de loftrompet over biologische producten en verse ingrediënten. En sinds enige jaren zijn er ook tijdschriften op de markt die het buitenleven verheerlijken.

De oude mannen zien de komst van de moeders en hun kroost wel zitten: ze brengen wat leven in de brouwerij en de nieuwkomers kunnen vast wel wat – ongevraagd – advies gebruiken.

De vrouwen zitten echter niet op die kletspraatjes te wachten: vanuit alle beschikbare literatuur en diverse websites zijn ze goed op de hoogte. Ze gaan dan ook voortvarend te werk en de tuin wordt ingedeeld in vakken. Vaak in allerlei creatieve vormen; rond, driehoekig of ovaal; alle variaties zijn mogelijk.

De ouden mannen hebben de tuin ingedeeld in rechthoekige bedden, die passen gemakkelijk in de plannen voor de teeltwisseling en bemesting. Bovendien houden de veteranen rekening met de ligging ten opzichte van de zon. Dit doen ze om een hogere productie te bereiken. Maar bij de nieuwkomers staat creativiteit voorop, want de tuin moet vooral een hoge fun-factor bezitten.

Ook het werken in de tuin moet vooral fun zijn: de meeste dames vergeten de grond eerst goed onkruidvrij te maken. Spitten en wieden is niet hun sterkste kant, daarvoor schakelen ze hun partner in of ze laten het gewoon achterwege. Een enkeling stopt een senior twintig euro in de hand en laat de grond omzetten.

Maar de meesten denken in het vroege voorjaar dat het met dat onkruid wel mee zal vallen. Dit leidt onder de oude garde tot kleine weddenschappen: haalt de hippe kip oktober of wint het onkruid en haakt ze eerder af?

De kinderen van de jonge gezinnen zijn ook een nieuw verschijnsel ‘op’ de tuin. Tot een aantal jaren geleden kwamen kinderen zelden mee. Ja, af en toe kwam er eentje met opa mee om aardbeien te plukken maar daar bleef het dan ook bij.

De moeders brengen hun kroost wél mee naar de tuin: vaak uit opvoedkundig oogpunt; dan kunnen ze zien waar de aardappels vandaan komen. Het doet de oude mannen denken aan hun eigen jeugd; toen ze zelf jong waren en moesten helpen in de tuin: onkruid wieden en vuiltjes rapen.

Maar de kinderen, vooral de jongens, vinden de waterpompen op het complex meestal veel interessanter dan al die plantjes. De jongens hangen graag aan de zwengel van de pomp. Maar omdat ze te klein zijn en vaak niet sterk genoeg, is er van pompen eigenlijk geen sprake: wel van wrikken. Daardoor raakt de zuiger in de pomp beschadigd, met als resultaat dat de pomp minder water geeft. Hier houdt de opvoedkundige aanpak van de moestuinmoeder meestal even op en de oude mannen spreken daar dan schande van.

Maar ’s avonds, als moeder haar kinderen op bed legt, kuieren de oude mannen met een glimlach op het gezicht naar de defecte pomp. Met een tang draaien ze de bouten los en brengen een nieuwe zuiger aan.

Categorieën
Moestuin Uitgelicht

In extase van een aardbei

Moestuinieren is de laatste jaren steeds populairder aan het worden. In diverse week- en maandbladen wordt de loftrompet gestoken over de moestuin.

Vaak zijn de argumenten elke keer hetzelfde: de groente uit de eigen tuin is gezonder dan uit een winkel, de groente is smaakvoller en de groente is goedkoper. Daarnaast wordt de ontspanning die het werken in een tuin geeft als voordeel genoemd.

Een populair damesblad somt begin dit jaar de voordelen nog een keertje op: hobby – lekker eten – goedkoop.

Maar is dit nu allemaal waar? Ik heb al een aantal jaren een moestuin. Twee redenen motiveren mij: ik weet wat ik eet (onbespoten, geen kunstmest) en het werken in de tuin vind ik ontspannend. In het rijtje ontbreekt dus de factor goedkoper. Ook de claim dat groente uit de moestuin gezonder zou zijn, durf ik niet zomaar te onderschrijven. Dat ligt namelijk aan de soort winkel waar je de groente koopt. In een biologische groentezaak lijkt mij de groente ook best gezond. Trouwens, onderzoeken naar de verschillen tussen biologische groenten en groente uit de gangbare tuinbouw, hebben de gezondheidsclaim ook nog niet onomstreden bevestigd.

Kortom: tijd voor een onderzoekje, een praktijkproef. In een serie blogs neem ik u mee in de tuin. En natuurlijk ook in de keuken. Zullen we eens even zien of er echt smaakverschillen zijn. En of het werken in de tuin gezond is, zal ik proberen af te lezen aan mijn gewicht (in de winter doe ik niets in de tuin, in het voorjaar juist heel veel: heeft de lichamelijke inspanning van spitten, harken, zaaien en wieden effect op mijn gewicht?) en ik zal wekelijks een cijfer geven voor het gevoel. Levert moestuinieren een vergelijkbaar effect op als hardlopen? Bestaat er een soort “runners-high” bij moestuinieren? Wordt er endorfine geproduceerd na een dagje spitten? Wat is de meditatieve kracht van onkruid wieden? Raak je in extase na het plukken van een aardbei? Ik hou u op de hoogte.

Categorieën
Moestuin Uitgelicht

Een domme actie

Zaterdag 23 maart is het weer zover, tenminste bij mij in de gemeente. Dan houdt de ROVA de jaarlijkse compostdag. De ROVA is als vuilverwerker actief is in 20 gemeenten, waaronder Meppel, Steenwijkerland, Staphorst, Westerveld, Urk en Hardenberg.

Categorieën
Moestuin Uitgelicht

Hou de voorjaarskriebels in toom

raamtuinHet is ’s nachts nog koud ’s. En ook overdag komt het kwik nog niet hoog. Maar toch heb ik voorjaarskriebels. Een enorme drang die ik bij meer mensen bespeur.

Zelfs als ervaren tuinder moet ik me elk jaar inhouden. Niet te vroeg beginnen, het blijft lastig. Maar dit jaar is het nog erger. De kriebels worden aangewakkerd door de enorme hoeveelheid aandacht voor tuinieren in de media. In veel tijdschriften staat tegenwoordig iets over de moestuin. Moestuinieren is een hype.

Met name in de grote steden, zoals Amsterdam en Utrecht is het heel hip om te tuinieren. Er worden zelfs cursussen voor beginnende hobbytuinders gegeven. De bijeenkomsten van ‘Gezonde Moestuin Cursussen’ in de steden zijn als eerste volgeboekt. De cursusdagen op het platteland lopen nog wat minder hard, zoals is te zien op de site van cursusleidster Janneke Tops.

Voor de stedeling zonder eigen grond worden in de bladen diverse alternatieven voor de tuin aangedragen. Met een ‘vierkante meter tuin’ op het balkon of met een ‘raamtuin’ kan de stadsmens de hang naar de natuurlijke voedselproductie bevredigen. In NRC Handelsblad van 23 februari schreef de bekende tuinspecialist Alma Huisken zelfs over ‘emmer-telen’: pootaardappels in emmertjes op het balkon.

Van de vierkante meter tuin worden veel kant en klaar exemplaren verkocht. De jonge Jelle Medema begon in 2008 met een website over dit onderwerp. Inmiddels heeft hij zijn website geheel vernieuwd en er een webshop aan gekoppeld. Jelle heeft een boek gepubliceerd en verkoopt kant en klare Makkelijke Moestuinen, een begrip dat zelfs als merknaam is gedeponeerd. In een paar jaar is dit hobbyproject van een veertienjarige scholier uitgegroeid tot een bedrijfsmatig project.

Ook de site van raamtuin biedt de stedeling inspiratie om eigen groente te verbouwen. In verticale tuinen voor het raam, of – en dat is de nieuwste trend uit Frankrijk – met optakelbare tuinrekjes voor het raam. Er staat een bijzonder fraai voorbeeld van deze Franse vinding op de site.

Maar de bladen beginnen zo vroeg met het aanwakkeren van de hype, dat de lezer eind februari al het gevoel krijgt dat het seizoen is losgebarsten. Ik moest er zelfs even de zaaikalender bij pakken om gerustgesteld te worden. Kalm aan, er is nog tijd genoeg!

Categorieën
Moestuin Uitgelicht

Weg met de beschaving!

BeschavingFebruari is al op de helft. Tijd om de nestkastjes voor de vogels op te hangen. Ik heb er vijf in het plantsoen naast de moestuin geplaatst en de buurvrouw heeft er twee. We proberen het de mezen en vinken zo aantrekkelijk mogelijk te maken.

De buuf en ik proberen biologisch te tuinieren. Daarbij maken we dankbaar gebruik van onze zingende vrienden, die ongedierte vreten. Zeker als de vogels jongen hebben kunnen ze enorme hoeveelheden slakken, luizen en rupsen aan.

Een aantal van onze kasten is elk jaar succesvol. Regelmatig vliegen ouders af en aan met snavels vol pieren en ander voedsel voor hun kroost.

Maar in de buurt van onze tuinen, daar huist de beschaving in drie-laags flatgebouwen. En die beschaving brengt huisdieren met zich mee.

Nou waren huisdieren ooit heel nuttig. Honden beschermden tegen indringers en hielden de kuddes bij elkaar. Katten hielden de voorraadkelder vrij van muis en rat. Maar inmiddels zijn kat en hond een gezelschapsdier.

Onderdeel van die beschaving is dat je een dier niet in een woonkamer opsluit.

Dus vinden die dikke katten het wel fijn dat ik mijn tuintje zo lekker omspit en ragfijn aanhark. De zachte warme aarde lijkt een grote kattenbak. Vast heel wat fijner dat die droge korrels thuis. En bovendien veel milieuvriendelijker dan dat grit, dat vaak niet eens in de GFT-bak mag.

Het is best gevaarlijk dat ze poepen in de tuin, want kattenuitwerpselen kunnen ziekteverwekkers bevatten, zoals toxoplasmose.

De beschaving laat die huiskat lekker ravotten in de frisse buitenlucht, zodat het dier zijn instincten niet verliest. Daarom liggen regelmatig volgevreten katten te loeren op de jonge vogels. Te loeren op mijn biologische bestrijders!

Beste mensen, laat die kat toch lekker thuis. In mijn ogen getuigt het pas van beschaving als je in het wild levende dieren de ruimte geeft om te overleven, ook al gaat dat misschien ten koste van het gedomesticeerde dier.

Categorieën
Moestuin Uitgelicht

Leugenaar

Ik ben een leugenaar en dat wil ik liever niet. Daarom zoek ik op internet naar geschikte netten om over de aardbeien en de bessenstruiken te spannen. Ik zoek speciale netten waarin de vogels niet verstrikt raken.

Categorieën
Moestuin Uitgelicht

Het kleinste kamertje

In de wintermaanden vindt op het tuinencomplex een grote verhuizing plaats. Oudere leden, die hun stukje grond door de jaren heen al steeds minder goed konden bewerken, besluiten te stoppen met de tuin.  Vaak is dat een emotioneel besluit.

Het besef dat je de energie niet meer hebt om je hobby uit te oefenen stemt meestal niet vrolijk.

Voor andere leden biedt het vertrek mooie kansen. De verlaten tuintjes liggen vaak op de beste plekjes. Goed in de zon, dicht bij de waterpomp en aan het hoofdpad. Er ontstaat een golf aan interne verhuizingen op het complex.

Ook de mensen op de wachtlijst zijn blij. Zij mogen een vrijgekomen stukje grond uitzoeken. Het zijn de net vrijgekomen en vaak mindere stukjes.

Even lijkt het tuinencomplex op een studentenhuis. De beste kamers worden opgeëist door de ouderejaars en de nieuwelingen krijgen de kleinste hokjes, in de wetenschap dat zij volgend jaar kunnen doorschuiven. De eerstejaars doen daarom weinig aan hun nieuwe kamer. Waarom zou je? Je bent er toch tijdelijk. En dáár gaat het al mis…

Op de tuin is het vaak niet anders. Sommige stukjes wisselen elk jaar van huurder. Elke nieuwe tuinder komt op het slechtst onderhouden veldje. Vaak vol met onkruid, waarvan kweek een veel voorkomende en heel lastige is.

Eigenlijk moet zo’n nieuweling dan fors aan de bak: met de spitvork behoedzaam de hele tuin omspitten en alle wortels van het woekerende gras zorgvuldig verwijderen. Zelfs het kleinste stukje.

Maar in de winter zie je het onkruid minder goed. En de nieuweling is ongeduldig. De lente kan niet snel genoeg aanbreken. Bij het eerste zonnestraaltje gaat de nieuwbakken tuinder aan de gang. Snel een beetje spitten, dan ziet het er voor het oog wel leuk uit. Alle wortels van de kweek zijn met de spade in twee of drie stukken gestoken. Tja, dat vindt die kweek wel leuk.

Halverwege mei is het eerste resultaat van de verloren strijd al te zien. De kweek komt best goed op maar de ingezaaide groente heeft het beduidend moeilijker. Tegen de zomer wordt door de eerstejaars een dappere poging gedaan om de het onkruid de baas te blijven. Maar in september zet hij zichzelf op de transferlijst.

Bij het bestuur van de moestuinvereniging wordt geklaagd dat het wel een heel slecht stukje grond is. De bestuursleden kijken elkaar aan en lachen een beetje. Ze plaatsen de huurder op de verhuislijst. Het lapje grond blijft onverzorgd achter. Wachtend op een nieuweling die wel de moeite neemt om er wat van te maken.

Net zoals in een studentenwoning soms wel eens gebeurt: dan krijgt de minst geliefde kamer ineens een ijverige bewoner en wordt het beginnerskamertje het gezelligste van het hele huis.

Categorieën
Moestuin Uitgelicht

Hoge hakken

De tuin naast de mijne is deze winter vrij gekomen. De vorige huurder is doorgeschoven naar een ander, mogelijk beter plekje. Ik heb nog niet kennisgemaakt met de nieuwe huurder maar het gerucht gaat, dat het stukje grond in handen komt van vrouwen.

Het zouden er, naar verluidt, zelfs drie zijn.

Nou heb ik dat ook wel eens gedaan: tuinieren met meerdere personen. Vaak ging het uiteindelijk mis. Er werden goede afspraken gemaakt en het was altijd voor de lol, niet voor de opbrengst. Maar vaak was er eentje die het onaangenamere werk deed. Spitten, bemesten, onkruid wieden en schoffelen. Toevallig hadden anderen wel een keertje vrije tijd als er geoogst kon worden.

Natuurlijk, het ging niet om de opbrengst en water halen en plantjes begieten is ook best leuk maar een pot aardbeienjam of een bord spinazie als beloning is ook wel eens lekker.

Ik ben benieuwd wat voor vrouwen het zijn en hoe zij de verdeling tot stand brengen.

Zijn ze individualistisch en gaan ze het stukje grond in drieën delen? Ieder voor zich met een eigen groentebedje?

Gaan ze voor het collectief? Samen aan de schop en samen aan de dis?

Of is het meer een verbond? Eén voor allen en allen voor één. Gezamenlijke verantwoordelijkheid en als iemand even geen tijd heeft; prima, de anderen vangen het wel op. Eerlijk delen maar als je er niet bent, dan is dat jammer.

Misschien is er wel een strikte taakverdeling. Eentje voor het zware werk, de tweede voor de oogst en de laatste voor het zonnetje en snoepen van de framboos.

De laatste optie lijkt mij de leukste. En ik zie dat ook wel een beetje voor me. Dat de grond goed is omgespit en aangeharkt door een noeste werkster op klompen. En dan komt de dame eraan op hoge hakken, écht hóóg. En dat die landarbeidster dan zegt: “Dat is handig, als je nou even over dit stukje loopt, dan heb ik direct mooie plantgaten voor de prei.”

Maakt iedereen zich toch nog nuttig.

Categorieën
Moestuin Uitgelicht

Een frisse neus

Het is een zondag in januari en er staat een snijdende oostenwind die zorgt voor een gevoelstemperatuur van -10 graden. Er zijn schaatsers op het ijs maar ik zit lekker bij de houtkachel.

Ik heb niets met die vrieskou en ben al met mijn hoofd bij de lente. Ik droom van het seizoen van het prille leven en wil weg uit het seizoen dat doodt.

Op een papiertje krabbel ik de bedden van de moestuin en geef daarop aan waar dit jaar de groenten komen te staan. De tuin is bijna een are groot en meet 9,5 x 10 meter. Er staat een kist voor gereedschap, een waterton, een bak met platglas om in te zaaien en ook de bessenstruiken staan op een vaste plaats.

De ruimte die overblijft is verdeeld in tien bedden. Deze zijn ongeveer 4 meter lang en 1,20 meter breed. Tussen de bedden is een paadje van 30 centimeter, dat is net zo breed als een hark.

Aan de hand van het teelt- en zaaiplan ontstaat ook een lijstje van zaden en pootgoed dat moet worden besteld.

Veel tuinders zorgen zelf voor al hun zaaigoed. Ik doe dat wel voor de bonen maar verder koop ik het meeste zaad. Het merendeel van het zaaigoed komt van “De Bolster”, een bedrijf voor biologische zaden. Het is gemakkelijk verkrijgbaar bij diverse bedrijven, zoals de Welkoop. Maar ook via internet is veel verkrijgbaar. Ik kocht vaak bij de webwinkel van Vreekens Zaden in Dordrecht. Deze heeft een geweldig assortiment maar ook lange levertijden.

Dan stelt mijn partner voor om even naar buiten te gaan. Lekker de kou in, een frisse neus halen. Ik mompel wat… druk, column schrijven, rot weer. Maar zij vindt het fijn winterweer. Echt weer voor boerenkool met worst. Ik spring op: oké, een wandelingetje naar de tuin en even wat boerenkool plukken? Ach, zo valt die winter toch wel mee.

Teeltwisselingsplan

(voor de liefhebber): Er is een teeltwisselschema gekozen voor tien percelen met twee keer aardappel. Deze inrichting is afkomstig uit het Handboek Ecologisch Tuinieren van VELT.

Door deze indeling van de tuin staat er nooit iets op de zelfde plek (behalve aardbei). Aardappelen komen na vijf jaar weer op een plaats waar eerder aardappelen hebben gestaan. Andere gewassen komen eens in de tien jaar op het zelfde plekje terug.

De indeling van de bedden is dan: Volgend jaar schuift alles op:

  1. Kruisbloemigen (kool) Bladgewassen (Sla / Spinazie)
  2. Vlinderbloemigen (bonen) Kruisbloemigen (kool)
  3. Nachtschade (aardappelen) Vlinderbloemigen (bonen)
  4. Wortelgewassen (Wortel) Nachtschade (aardappelen)
  5. Aardbei (oude planten) Wortelgewassen (Wortel)
  6. Aardbei (nieuwe planten) Aardbei (blijven dus staan)
  7. Bloemen / groenbemester Aardbei (nieuwe planten)
  8. Nachtschade (aardappelen) Bloemen / groenbemester
  9. Vruchtgewassen (Pompoen / Courgette) Nachtschade (aardappelen)
  10. Bladgewassen (Sla / Spinazie) Vruchtgewassen (Pompoen)