Pages Navigation Menu

media man blogt over de biologische moestuin

Oude mannen en jonge vrouwen

Sinds enige jaren zijn de volkstuinen ontdekt door de moderne jonge vrouw, vaak vergezeld door haar (kleine) kinderen. Voorheen was de volkstuin het domein van vitale vutters en gepensioneerde mannen.

Maar nu is moestuinieren een hype. Deze is misschien ontstaan onder invloed van diverse kookprogramma’s op tv; televisiekoks steken de loftrompet over biologische producten en verse ingrediënten. En sinds enige jaren zijn er ook tijdschriften op de markt die het buitenleven verheerlijken.

De oude mannen zien de komst van de moeders en hun kroost wel zitten: ze brengen wat leven in de brouwerij en de nieuwkomers kunnen vast wel wat – ongevraagd – advies gebruiken.

De vrouwen zitten echter niet op die kletspraatjes te wachten: vanuit alle beschikbare literatuur en diverse websites zijn ze goed op de hoogte. Ze gaan dan ook voortvarend te werk en de tuin wordt ingedeeld in vakken. Vaak in allerlei creatieve vormen; rond, driehoekig of ovaal; alle variaties zijn mogelijk.

De ouden mannen hebben de tuin ingedeeld in rechthoekige bedden, die passen gemakkelijk in de plannen voor de teeltwisseling en bemesting. Bovendien houden de veteranen rekening met de ligging ten opzichte van de zon. Dit doen ze om een hogere productie te bereiken. Maar bij de nieuwkomers staat creativiteit voorop, want de tuin moet vooral een hoge fun-factor bezitten.

Ook het werken in de tuin moet vooral fun zijn: de meeste dames vergeten de grond eerst goed onkruidvrij te maken. Spitten en wieden is niet hun sterkste kant, daarvoor schakelen ze hun partner in of ze laten het gewoon achterwege. Een enkeling stopt een senior twintig euro in de hand en laat de grond omzetten.

Maar de meesten denken in het vroege voorjaar dat het met dat onkruid wel mee zal vallen. Dit leidt onder de oude garde tot kleine weddenschappen: haalt de hippe kip oktober of wint het onkruid en haakt ze eerder af?

De kinderen van de jonge gezinnen zijn ook een nieuw verschijnsel ‘op’ de tuin. Tot een aantal jaren geleden kwamen kinderen zelden mee. Ja, af en toe kwam er eentje met opa mee om aardbeien te plukken maar daar bleef het dan ook bij.

De moeders brengen hun kroost wél mee naar de tuin: vaak uit opvoedkundig oogpunt; dan kunnen ze zien waar de aardappels vandaan komen. Het doet de oude mannen denken aan hun eigen jeugd; toen ze zelf jong waren en moesten helpen in de tuin: onkruid wieden en vuiltjes rapen.

Maar de kinderen, vooral de jongens, vinden de waterpompen op het complex meestal veel interessanter dan al die plantjes. De jongens hangen graag aan de zwengel van de pomp. Maar omdat ze te klein zijn en vaak niet sterk genoeg, is er van pompen eigenlijk geen sprake: wel van wrikken. Daardoor raakt de zuiger in de pomp beschadigd, met als resultaat dat de pomp minder water geeft. Hier houdt de opvoedkundige aanpak van de moestuinmoeder meestal even op en de oude mannen spreken daar dan schande van.

Maar ’s avonds, als moeder haar kinderen op bed legt, kuieren de oude mannen met een glimlach op het gezicht naar de defecte pomp. Met een tang draaien ze de bouten los en brengen een nieuwe zuiger aan.