Categorieën
in de pers

RGB als solide basis

Automatische beeldcorrectie en -verwerking bij Boom Uitgevers

 

De redactionele workflow levert bij elke uitgeverij specifieke problemen op. Koninklijke Boom Uitgevers in Meppel investeerde in de automatisering van de krantenproductie, waarna de redactie ontdekte dat uitvoer naar verschillende media speciale eisen stelt aan beeldverwerking. De uitgeverij vond een oplossing die de doka overbodig maakte.

 Er veranderde veel in de afgelopen jaren bij Koninklijke Boom Uitgevers – in de volksmond Boom. Anderhalf jaar geleden namen de medewerkers afscheid van de drukpers. De drukkers konden aan de slag bij offsetrotatie-drukkerij F.D. Hoekstra-Boom in Emmeloord, waar voortaan de dagbladen van de uitgeverij werden gedrukt. Algemeen hoofdredacteur Hans van Velzen kan er over meepraten: ‘Ook voor ons was het een flinke overgang – je hebt ineens geen drukkerij meer. Maar we waren er natuurlijk al op voorbereid. De nieuwe manier van werken zat er al in voordat de drukpers de deur uitging.’

 De redactionele workflow kreeg een flinke opknapbeurt. Boom investeerde in Doris32 van de Finse softwareproducent Anygraaf Oy. De naam Doris32 staat zowel voor een document-managementsysteem als voor een serie modules die er aan gekoppeld kunnen worden. Met het systeem werd de opmaak van krantenpagina’s grotendeels geautomatiseerd. Daarbij kwamen al snel specifieke problemen om de hoek kijken. Van Velzen: ‘Wij geven een aantal kopbladen uit, waarin artikelen worden doorgeplaatst. Het komt voor dat een voorpagina-artikel met kleurenfoto in een andere krant op een zwart-wit-pagina terecht komt. Dat betekent dat je twee versies van dezelfde foto moet maken.’

 Zijn collega Michiel Kolle is plaatsvervangend chef van de beeld-, eind- en opmaakredactie. Kolle: ‘In de oude situatie moest je de foto vanaf het brondocument opnieuw omzetten. Een opgemaakt artikel moet tegenwoordig alle kanten op – ook naar internet. Op de website wil je kleurenfoto’s zien. Als je in de oude situatie je beeld had omgezet naar zwart-wit, moest je daarna aan het werk met het bronbestand, om te voorkomen dat er alleen zwart/wit-foto’s op de website kwamen te staan.’

 De hoofdredactie koos ervoor om ook de beeldverwerking te automatiseren met ReproServer en Image Ed. Beide softwarepakketten zijn modules van Doris32. De invoering bleef niet zonder gevolgen. Kolle: ‘Er gingen altijd verschillende orderbonnen naar de doka om een afbeelding voor verschillende uitgaven geschikt te maken. Nu zijn er geen orderbonnen meer,  en de doka verricht deze werkzaamheden niet meer, ze doen alleen nog scanwerk.

 ReproServer en Image Ed vormen een soort twee-eenheid. De laatste module zorgt voor automatische correcties van beeldmateriaal, zoals aanpassingen in het contrast en helderheid. De module ReproServer zorgt voor een rgb-workflow. In plaats van een aparte versie van een afbeelding voor ieder blad te maken, zorgt Reproserver ervoor dat een geïmporteerde afbeelding wordt aangepast aan het gewenste eindresultaat. Indien nodig wordt de afbeelding uitgesneden of omgezet naar zwart/wit of cmyk. Verder voegt de software de juiste profielen toe.

 De implementatie van de software werd gedaan door Penthion uit Assen, de Nederlandse vertegenwoordiger van Anygraaf. Volgens Michiel Kolle verliep de implementatie snel, maar er waren ook organisatorische consequenties. Kolle: ‘Voor het beste eindresultaat moet je aan color management doen. Bij ons is dat nog niet optimaal. We krijgen veel professioneel beeldmateriaal aangeleverd – dat kun je zo doorsturen naar de opmaak. Maar we krijgen beeld uit allerlei bronnen en daar zit ook amateur-fotografie tussen. De plannermodule van Doris32 controleert de resolutie bij het plaatsen op de pagina. Maar eigenlijk zou je dat deel van het beeldmateriaal dat niet door professionele fotografen wordt geleverd voor gebruik volledig moeten optimaliseren. Dat gebeurt nu door Image Ed. Het programma werkt met algoritmen die goede resultaten opleveren, maar er zou toch iemand naar het beeldmateriaal moeten kijken. Dat gebeurt op dit moment nog te weinig.’

 Beelden met een te lage resolutie worden automatisch verplaatst naar een aparte map. Image Ed herkent vaste onderdelen als huidtinten, een bewolkte hemel en gras, waardoor automatische correctie vaak probleemloos verloopt. Maar Michiel Kolle komt ook uitzonderingen tegen. ‘Een foto met een kleurzweem kun je niet zo maar automatisch afkeuren. Ik heb een voorbeeld van een foto met groengeschminkte kindergezichten. Daar kan Image Ed niet goed mee overweg, omdat het programma de gezichten niet herkent als huidtinten.’

 Van Velzen en Kolle zien verschil tussen het huidige resultaat en dat van vroeger. Van Velzen: ‘Er lopen verschillende processen tegelijk. We zijn ook bezig met automatische opmaak van een groot aantal pagina’s. Daar hebben we het erg druk mee. De kwaliteit die we nu leveren is acceptabel, maar we weten dat het beter kan.’ Kolle vult aan: ‘Het drukwerk is kwalitatief veel beter dan in de tijd dat we met de oude pers hier in het pand werkten. Ik moet wel eerlijk zeggen dat het beeld van hogere kwaliteit was toen we alle foto’s nog handmatig bewerkten. Maar dat kunnen we oplossen door aan het begin van de workflow beter te controleren en door het kleurbeheer te verbeteren. De prioriteiten liggen op dit moment echter anders. Uiteindelijk streven we naar een werkwijze waarbij iemand het slechtere beeldmateriaal controleert. Zelfs dan heb je veel arbeid bespaard, omdat de medewerker slechts een keer naar het RGB-beeld hoeft te kijken. Alle andere formaten die daarvan worden afgeleid, hoef je niet te controleren.’

Met de invoering van Doris32 is de RGB-workflow bij Boom een feit. De redactie krijgt nauwelijks meer cmyk-beeld aangeleverd. De ReproServer zorgt pas op het laatste moment voor de gewenste kleurindeling. Michiel Kolle demonstreert de nieuwe werkwijze. Met de planner-module toont hij een overzicht van alle opgemaakte en lege krantenpagina’s. Kolle selecteert een nog op te maken pagina die in twee verschillende krantenedities verschijnt. In het statusoverzicht kan hij zien of de teksten gereed zijn voor opmaak.

Voordat de afbeeldingen worden geïmporteerd zijn ze reeds automatisch aangepast door Image Ed. Het programma beschikt over een regelpaneel waarmee de opmaker nog wat aanpassingen kan doen. De mogelijkheden van het regelpaneel zijn met opzet beperkt gehouden – het gaat alleen om de allerlaatste aanpassingen.

 Na selectie van de juiste basispagina loopt deze automatisch vol en worden de afbeeldingen op de juiste positie geplaatst. Er zijn in deze fase nog steeds bewerkingen mogelijk. Vooraf bepaalde de redactie welk deel van de afbeelding wordt getoond. Het origineel is echter nog geheel beschikbaar, waardoor ook de uitsnede kan worden aangepast. Pas als de opmaker er voor kiest om de pagina voor een bepaalde uitgave te exporteren – waarbij de pagina bijvoorbeeld naar gray-scale of cmyk wordt omgezet – ontstaat er een definitieve uitsnede.

De originele rgb-pagina blijft beschikbaar, waardoor de opmaker nog steeds wijzigingen kan uit te voeren om vervolgens opnieuw de pagina te exporteren. Voor omzetten naar een andere kleurindeling selecteert de opmaker in een eenvoudig menu de juiste indeling en het juiste profiel voor de drukpers, de printer of internet. Na een druk op de knop verschijnt vervolgens de te exporteren pagina in beeld.

De werkwijze verloopt soepel en biedt flexibiliteit, maar er is nog genoeg werk aan de winkel. Misschien is de noodzaak van goed kleurbeheer wel een positief neveneffect van redactionele automatisering – veel grafische bedrijven stellen het immers uit. Kolle: ‘Je moet er eigenlijk altijd mee bezig zijn, al is het ingewikkelde materie. Het werk is ook nooit af – kleurbeheer is een proces waarmee je voortdurend bezig bent. Scanners verouderen, de drukkerij gebruikt straks misschien andere materialen of papiersoorten en er zijn nieuwe ontwikkelingen waarmee je rekening moet houden. Als je er aan begint, moet je het ook onderhouden.’

door: A l e x     K u n s t

(in Graficus, onafhankelijk weekblad voor de grafische- en communicatie-industrie, nummer 41 – 2004)

 

Categorieën
in de pers

Vloeibaar papier

Vloeibare informatie. Er zijn uitgevers die er van dromen. Een bassin vol data, waarna deze stolt tot krantenartikel, publicatie op het web en later nog eens tot naslagwerk. Techniek en organisatie op de redactie vormen de belangrijkste spelbrekers.

Het technisch jargon formuleert de zaken anders. ‘Een geïntegreerde digitale workflow, gericht op multichannel publishing’ heet het in automatiseringsland. Mooi gesproken, maar ondertussen zijn de beloften van database publishing nog niet allemaal ingelost. Informatie laat zich niet gemakkelijk in een keurslijf dwingen, vinden redacteuren.

Technici dachten daar wat anders over en kwamen met SGML en later XML op de proppen. Techniek die het mogelijk maakt tekst die volgens een vooraf afgesproken stramien is opgebouwd voor verschillende media in te zetten. Dat eist grote discipline van de auteurs, waardoor de werkelijke toepassingen beperkt bleven tot handleidingen en lesboeken die toch al zo’n handige indeling met paragraaf 1 en 1a kenden.

Ook de machines waarop de informatie zichtbaar moet worden veranderd in hoog tempo. Aan een beeldscherm met een krantenpagina is de lezer ondertussen wel gewend. Maar hoe ziet dezelfde informatie er uit op een personal digital assistent? Om maar te zwijgen over de mobiele telefoon met zijn madurodamschermpje.

De belangrijkste belemmering voor een digitale workflow vormt techniek noch medium, maar de weerbarstige gebruiker van die mooie techniek: de redacteur. Hoe ziet de werkstroom er op een redactie uit?

Michiel Kolle is bij Boom courantenuitgeverij te Meppel officieel hoofd van de beeldredactie. In de praktijk is hij ook de man van de redactionele automatiseringsprocessen. Boom courantenuitgeverij vormt een onderdeel van Koninklijke Boom uitgevers, een familiebedrijf met nog altijd twee Bomen in de directie. Koninklijke Boom uitgevers (opgericht in 1841) is een multimediaal uitgeversconcern dat vooral actief is met nationale en regionale informatievoorziening. Ruim vierhonderd professionals werken vanaf diverse locaties in Nederland in de wetenschappelijke, educatieve en vakinformatieve branche en in de krantensector met nieuwsbladen en huis-aan-huisbladen. Ook is Koninklijke Boom actief in de informatievoorziening op het gebied van internet, NieuwsTV, teletekstdiensten en televisieproducties. Deze activiteiten zijn ondergebracht in verschillende uitgeverijen, alle onder de paraplu van de holding Koninklijke Boom uitgevers.

Boom werkt met software die luistert naar de naam Doris 32 van het Finse bedrijf Anygraaf Oy. In Nederland wordt dit bedrijf vertegenwoordigd door Penthion gevestigd in Assen. Zoals de meeste workflowpakketten is ook Doris modulair opgebouwd. Zo werken de Boom-redacties met ‘Eddie’, een XML-tekstverwerker met de look and feel van een Internetbrowser. Eddie zorgt met behulp van een eenvoudige editor voor de bewerking van de eigen tekst, voor de import van ANP-artikelen en foto’s en vormt de verbinding tussen de redacteur en de werkstroom.

“We zijn aan het omschakelen naar een lay out-gestuurde workflow”, zegt Michiel Kolle. Redacteuren kunnen kiezen uit een aantal templates voor hun artikelen, waarna ze de pagina’s laten vollopen met tekst en beeld. “We zijn volop bezig met het ontwerpen van die basispagina’s. Deze zijn voor elke deelredactie verschillend. We hebben er nu zo’n vijftig klaarstaan, maar dat aantal zal snel groeien.”

Alle redacteuren werken op pc’s. De vormgevers en advertentieafdeling met de Apple Macintosh. Kolle: “Onze ‘Planner’-module speelt een belangrijke rol bij het sturen van de werkstroom. Een redacteur heeft –zeker in de nieuwe situatie – veel grip op het eindresultaat. De een vindt het een prettige manier van werken, anderen hebben langer tijd nodig om eraan te wennen.”

Redacteuren bepalen zelf of een artikel in het archief moet worden opgeslagen. “Standaard staat deze knop op ‘niet opslaan’. Wanneer je later artikelen terugzoekt in het archief wil je wel het interview met de lokale dokter terugvinden, maar niet al zijn zondagsdiensten.”

Net zo simpel regelt Doris met één druk op de knop publicatie op Internet. “De redacteur bepaalt zelf of het bericht op de website verschijnt ja of nee. In de regel verschijnt het bericht op de site, nadat de krant is gedrukt en afgeleverd. Bij ‘breaking news’ kan er ook onmiddellijk worden gepubliceerd.”

Op de websites van de verschillende Boom-titels verschijnen geen PDF-bestanden. Het uiterlijk van de krantenartikelen verschilt dan ook van die van de website. “De stap om artikelen om te zetten naar PDF en te publiceren als webpagina’s is relatief eenvoudig te maken. Alleen hebben we daar op dit moment niet voor gekozen.” Publiceren op het web geschiedt volautomatisch. Dit is niet het geval bij berichten voor de kabelkranten. Die moeten er met de hand worden opgezet.

Een krachtige module is ‘Doris Image’ (ImageEd) die samen met de ReproServer beeld binnenhaalt en volautomatisch bewerkt voor druk of web. Kolle: “In de database behouden we altijd één bronbestand. De fotoredactie is geautoriseerd om hier beeldbewerkingen op los te laten als de verzadiging of helderheid van de beeldkleuren hier om vragen. Een redacteur maakt een link van dat beeld naar het artikel waarna deze wordt omgezet in CMYK of grijstonen voor druk, dan wel naar 72 dpi wordt teruggebracht in RGB voor het web. Van deze vertaalslagen merkt de redacteur niets.” Multimediaal publiceren is bij Boom dankzij de techniek een kwestie van een vinkje zetten voor het tikken van de eerste letters van een artikel.

Compres in Leiden maakt vakbladen voor de grafische industrie. Is multimediaal uitgeven een optie voor tijdschriften waarvan de lezers het vooral van het bedrukken van papier moeten hebben? “Zeker wel”, vindt hoofdredacteur Compres Ivonne Vermeulen. Naast twee jaarlijks verschijnende gidsen geeft Compres de veertiendaagse tijdschriften Compres, Pers: en het vakblad Print Buyer uit dat tien keer per jaar verschijnt. Vermeulen: “Anderhalf jaar geleden startten we een wekelijkse e-mail nieuwsbrief. De belangrijkste reden daarvoor lag in de verschijningsfrequentie van onze tijdschriften. We vonden dat we onze lezers niet veertien dagen of langer op belangrijk nieuws konden laten wachten.”

Het maken van nieuws werd een extra activiteit bovenop het gebruikelijke redactionele schrijfwerk. “Het maken van het e-mail nieuws is er echt bijgekomen. We putten niet uit één bron waarna we identieke informatie in zowel de nieuwsbrief als in de tijdschriften kunnen gebruiken. Vanzelfsprekend proberen we in onze papieren uitgaven meer de diepte in te gaan en achtergronden bij het nieuws te schetsen.”

De zes redacteuren maken voor de tijdschriften op hun Apple Macintosh de kopij klaar waarna de vormgever de lay out voor zijn rekening neemt. De e-mail nieuwsbrief wordt gevuld op basis van een template.

Vermeulen: “Het zou fijn zijn als we de beschikking zouden hebben over een digitaal archief, waarin we alles konden opslaan. Er wordt over nagedacht, maar zover zijn we nog niet. Voor ons blijven de papieren uitgaven speerpunt. Het werk voor de e-mail nieuwsbrieven is na anderhalf jaar beter ingebed in de redactie, maar komt er voor mijn gevoel nog altijd extra bij. We blijven zoeken naar een goede balans tussen onze papieren en digitale uitgaven. Met techniek heeft dat niets te maken. Dat is vooral een redactionele afweging.”

 

door: L e o n   v a n  V e l z e n

 [Publicatie uit: Media Facts, oktober 2004] 

 

Categorieën
Uitgelicht Werk

Ik kom graag bij u op de koffie!

Foto: Wilbert Bijzitter

Michiel Kolle (1959), technisch trainer bij Boom regionale uitgevers in Meppel, komt graag bij uw vereniging of instelling langst om te vertellen over informatie-overdracht. Opgeleid als documentalist weet hij alles over het ontsluiten en beschikbaarstellen van informatie. Hij zit al meer dan 25 jaar in het communicatievak, eerst als foto- en beeldredacteur, eindredacteur, coördinator opmaakredactie, hoofd afdeling Creatie (advertenties, websites en NieuwsTV) en coördinator innovatieve producten (Data Base Publishing, internettoepassingen en Social Media). Nu is hij als trainer gespecialiseerd in kennisoverdracht van deze onderwerpen.

Hij kent de geheimen van de optimale workflow en een efficiënte productie, zowel bij redacties als bij de advertentievervaardiging. Hij weet hoe je doelgroepen kunt bereiken met printproducten, zoals kranten. Hij legt de relatie tussen vormgeving en inhoud. Maar hij kent ook de kracht van (mobiel-)internet en Social Media.

Zijn ruime ervaring in vrijwilligersorganisaties maakt hem ook tot een goede gesprekspartner voor verenigings- en stichtingsbesturen over betrokkenheid, verantwoordelijkheid, motivatie en de inzet van vrijwilligers.

In zijn netwerk zitten DTP-ers, vormgevers, redacteuren, fotografen, webontwikkelaars, software ontwikkelaars, trainers en coaches. Indien gewenst, brengt hij u graag met hen in contact.