Pages Navigation Menu

media man blogt over de biologische moestuin

Een frisse neus

Het is een zondag in januari en er staat een snijdende oostenwind die zorgt voor een gevoelstemperatuur van -10 graden. Er zijn schaatsers op het ijs maar ik zit lekker bij de houtkachel.

Ik heb niets met die vrieskou en ben al met mijn hoofd bij de lente. Ik droom van het seizoen van het prille leven en wil weg uit het seizoen dat doodt.

Op een papiertje krabbel ik de bedden van de moestuin en geef daarop aan waar dit jaar de groenten komen te staan. De tuin is bijna een are groot en meet 9,5 x 10 meter. Er staat een kist voor gereedschap, een waterton, een bak met platglas om in te zaaien en ook de bessenstruiken staan op een vaste plaats.

De ruimte die overblijft is verdeeld in tien bedden. Deze zijn ongeveer 4 meter lang en 1,20 meter breed. Tussen de bedden is een paadje van 30 centimeter, dat is net zo breed als een hark.

Aan de hand van het teelt- en zaaiplan ontstaat ook een lijstje van zaden en pootgoed dat moet worden besteld.

Veel tuinders zorgen zelf voor al hun zaaigoed. Ik doe dat wel voor de bonen maar verder koop ik het meeste zaad. Het merendeel van het zaaigoed komt van “De Bolster”, een bedrijf voor biologische zaden. Het is gemakkelijk verkrijgbaar bij diverse bedrijven, zoals de Welkoop. Maar ook via internet is veel verkrijgbaar. Ik kocht vaak bij de webwinkel van Vreekens Zaden in Dordrecht. Deze heeft een geweldig assortiment maar ook lange levertijden.

Dan stelt mijn partner voor om even naar buiten te gaan. Lekker de kou in, een frisse neus halen. Ik mompel wat… druk, column schrijven, rot weer. Maar zij vindt het fijn winterweer. Echt weer voor boerenkool met worst. Ik spring op: oké, een wandelingetje naar de tuin en even wat boerenkool plukken? Ach, zo valt die winter toch wel mee.

Teeltwisselingsplan

(voor de liefhebber): Er is een teeltwisselschema gekozen voor tien percelen met twee keer aardappel. Deze inrichting is afkomstig uit het Handboek Ecologisch Tuinieren van VELT.

Door deze indeling van de tuin staat er nooit iets op de zelfde plek (behalve aardbei). Aardappelen komen na vijf jaar weer op een plaats waar eerder aardappelen hebben gestaan. Andere gewassen komen eens in de tien jaar op het zelfde plekje terug.

De indeling van de bedden is dan: Volgend jaar schuift alles op:

  1. Kruisbloemigen (kool) Bladgewassen (Sla / Spinazie)
  2. Vlinderbloemigen (bonen) Kruisbloemigen (kool)
  3. Nachtschade (aardappelen) Vlinderbloemigen (bonen)
  4. Wortelgewassen (Wortel) Nachtschade (aardappelen)
  5. Aardbei (oude planten) Wortelgewassen (Wortel)
  6. Aardbei (nieuwe planten) Aardbei (blijven dus staan)
  7. Bloemen / groenbemester Aardbei (nieuwe planten)
  8. Nachtschade (aardappelen) Bloemen / groenbemester
  9. Vruchtgewassen (Pompoen / Courgette) Nachtschade (aardappelen)
  10. Bladgewassen (Sla / Spinazie) Vruchtgewassen (Pompoen)