Pages Navigation Menu

media man blogt over de biologische moestuin

Het Flappie-syndroom

De vrijwilligers van het volkstuincomplex verstevigen de hekken rondom de nutstuinen. Op de poort hangt een bordje met het uitdrukkelijke verzoek om het hek te sluiten. Er dreigt gevaar.

De jonge plantjes die over een aantal weken boven de grond komen, moeten worden beschermd tegen de loslopende tamme konijnen.

Stadsbewoners die ver van de natuur afstaan, dumpen hun overtollige huisdieren in het park en in bosjes rondom het complex. Met name tamme konijnen bevolken de grasvelden. De dieren maken echter weinig kans als het nog echt winter wordt. De tamme beesten hebben geen hol gegraven want ook zij staan inmiddels ver van de natuur af.

De stadsbewoners leiden aan het Flappie-syndroom. Ze vinden het heel zielig om het ongewenste huisdier te slachten of naar de poelier te brengen. Ze kunnen het niet aan om het diertje in de pan te zien liggen.

In plaats daarvan sussen ze zichzelf met de gedachte dat het vrijgelaten konijn geniet van het sappige gras.

Maar het konijn wordt achterna gezeten door de honden van de buurman. Die honden staan nog wél dicht bij de natuur. Jagersinstinct. Uitgeput zit het konijn onder een struik, waar net een sperwer langs scheert. Ook de vogel richt zijn ogen op de prooi, die inmiddels terugverlangt naar de warme veiligheid van zijn hok.