Pages Navigation Menu

media man blogt over de biologische moestuin

Vloeibaar papier

Vloeibare informatie. Er zijn uitgevers die er van dromen. Een bassin vol data, waarna deze stolt tot krantenartikel, publicatie op het web en later nog eens tot naslagwerk. Techniek en organisatie op de redactie vormen de belangrijkste spelbrekers.

Het technisch jargon formuleert de zaken anders. ‘Een geïntegreerde digitale workflow, gericht op multichannel publishing’ heet het in automatiseringsland. Mooi gesproken, maar ondertussen zijn de beloften van database publishing nog niet allemaal ingelost. Informatie laat zich niet gemakkelijk in een keurslijf dwingen, vinden redacteuren.

Technici dachten daar wat anders over en kwamen met SGML en later XML op de proppen. Techniek die het mogelijk maakt tekst die volgens een vooraf afgesproken stramien is opgebouwd voor verschillende media in te zetten. Dat eist grote discipline van de auteurs, waardoor de werkelijke toepassingen beperkt bleven tot handleidingen en lesboeken die toch al zo’n handige indeling met paragraaf 1 en 1a kenden.

Ook de machines waarop de informatie zichtbaar moet worden veranderd in hoog tempo. Aan een beeldscherm met een krantenpagina is de lezer ondertussen wel gewend. Maar hoe ziet dezelfde informatie er uit op een personal digital assistent? Om maar te zwijgen over de mobiele telefoon met zijn madurodamschermpje.

De belangrijkste belemmering voor een digitale workflow vormt techniek noch medium, maar de weerbarstige gebruiker van die mooie techniek: de redacteur. Hoe ziet de werkstroom er op een redactie uit?

Michiel Kolle is bij Boom courantenuitgeverij te Meppel officieel hoofd van de beeldredactie. In de praktijk is hij ook de man van de redactionele automatiseringsprocessen. Boom courantenuitgeverij vormt een onderdeel van Koninklijke Boom uitgevers, een familiebedrijf met nog altijd twee Bomen in de directie. Koninklijke Boom uitgevers (opgericht in 1841) is een multimediaal uitgeversconcern dat vooral actief is met nationale en regionale informatievoorziening. Ruim vierhonderd professionals werken vanaf diverse locaties in Nederland in de wetenschappelijke, educatieve en vakinformatieve branche en in de krantensector met nieuwsbladen en huis-aan-huisbladen. Ook is Koninklijke Boom actief in de informatievoorziening op het gebied van internet, NieuwsTV, teletekstdiensten en televisieproducties. Deze activiteiten zijn ondergebracht in verschillende uitgeverijen, alle onder de paraplu van de holding Koninklijke Boom uitgevers.

Boom werkt met software die luistert naar de naam Doris 32 van het Finse bedrijf Anygraaf Oy. In Nederland wordt dit bedrijf vertegenwoordigd door Penthion gevestigd in Assen. Zoals de meeste workflowpakketten is ook Doris modulair opgebouwd. Zo werken de Boom-redacties met ‘Eddie’, een XML-tekstverwerker met de look and feel van een Internetbrowser. Eddie zorgt met behulp van een eenvoudige editor voor de bewerking van de eigen tekst, voor de import van ANP-artikelen en foto’s en vormt de verbinding tussen de redacteur en de werkstroom.

“We zijn aan het omschakelen naar een lay out-gestuurde workflow”, zegt Michiel Kolle. Redacteuren kunnen kiezen uit een aantal templates voor hun artikelen, waarna ze de pagina’s laten vollopen met tekst en beeld. “We zijn volop bezig met het ontwerpen van die basispagina’s. Deze zijn voor elke deelredactie verschillend. We hebben er nu zo’n vijftig klaarstaan, maar dat aantal zal snel groeien.”

Alle redacteuren werken op pc’s. De vormgevers en advertentieafdeling met de Apple Macintosh. Kolle: “Onze ‘Planner’-module speelt een belangrijke rol bij het sturen van de werkstroom. Een redacteur heeft –zeker in de nieuwe situatie – veel grip op het eindresultaat. De een vindt het een prettige manier van werken, anderen hebben langer tijd nodig om eraan te wennen.”

Redacteuren bepalen zelf of een artikel in het archief moet worden opgeslagen. “Standaard staat deze knop op ‘niet opslaan’. Wanneer je later artikelen terugzoekt in het archief wil je wel het interview met de lokale dokter terugvinden, maar niet al zijn zondagsdiensten.”

Net zo simpel regelt Doris met één druk op de knop publicatie op Internet. “De redacteur bepaalt zelf of het bericht op de website verschijnt ja of nee. In de regel verschijnt het bericht op de site, nadat de krant is gedrukt en afgeleverd. Bij ‘breaking news’ kan er ook onmiddellijk worden gepubliceerd.”

Op de websites van de verschillende Boom-titels verschijnen geen PDF-bestanden. Het uiterlijk van de krantenartikelen verschilt dan ook van die van de website. “De stap om artikelen om te zetten naar PDF en te publiceren als webpagina’s is relatief eenvoudig te maken. Alleen hebben we daar op dit moment niet voor gekozen.” Publiceren op het web geschiedt volautomatisch. Dit is niet het geval bij berichten voor de kabelkranten. Die moeten er met de hand worden opgezet.

Een krachtige module is ‘Doris Image’ (ImageEd) die samen met de ReproServer beeld binnenhaalt en volautomatisch bewerkt voor druk of web. Kolle: “In de database behouden we altijd één bronbestand. De fotoredactie is geautoriseerd om hier beeldbewerkingen op los te laten als de verzadiging of helderheid van de beeldkleuren hier om vragen. Een redacteur maakt een link van dat beeld naar het artikel waarna deze wordt omgezet in CMYK of grijstonen voor druk, dan wel naar 72 dpi wordt teruggebracht in RGB voor het web. Van deze vertaalslagen merkt de redacteur niets.” Multimediaal publiceren is bij Boom dankzij de techniek een kwestie van een vinkje zetten voor het tikken van de eerste letters van een artikel.

Compres in Leiden maakt vakbladen voor de grafische industrie. Is multimediaal uitgeven een optie voor tijdschriften waarvan de lezers het vooral van het bedrukken van papier moeten hebben? “Zeker wel”, vindt hoofdredacteur Compres Ivonne Vermeulen. Naast twee jaarlijks verschijnende gidsen geeft Compres de veertiendaagse tijdschriften Compres, Pers: en het vakblad Print Buyer uit dat tien keer per jaar verschijnt. Vermeulen: “Anderhalf jaar geleden startten we een wekelijkse e-mail nieuwsbrief. De belangrijkste reden daarvoor lag in de verschijningsfrequentie van onze tijdschriften. We vonden dat we onze lezers niet veertien dagen of langer op belangrijk nieuws konden laten wachten.”

Het maken van nieuws werd een extra activiteit bovenop het gebruikelijke redactionele schrijfwerk. “Het maken van het e-mail nieuws is er echt bijgekomen. We putten niet uit één bron waarna we identieke informatie in zowel de nieuwsbrief als in de tijdschriften kunnen gebruiken. Vanzelfsprekend proberen we in onze papieren uitgaven meer de diepte in te gaan en achtergronden bij het nieuws te schetsen.”

De zes redacteuren maken voor de tijdschriften op hun Apple Macintosh de kopij klaar waarna de vormgever de lay out voor zijn rekening neemt. De e-mail nieuwsbrief wordt gevuld op basis van een template.

Vermeulen: “Het zou fijn zijn als we de beschikking zouden hebben over een digitaal archief, waarin we alles konden opslaan. Er wordt over nagedacht, maar zover zijn we nog niet. Voor ons blijven de papieren uitgaven speerpunt. Het werk voor de e-mail nieuwsbrieven is na anderhalf jaar beter ingebed in de redactie, maar komt er voor mijn gevoel nog altijd extra bij. We blijven zoeken naar een goede balans tussen onze papieren en digitale uitgaven. Met techniek heeft dat niets te maken. Dat is vooral een redactionele afweging.”

 

door: L e o n   v a n  V e l z e n

 [Publicatie uit: Media Facts, oktober 2004]